Eén plant, zes theestijlen
Wit, groen, geel, oolong, zwart en pu-erh lijken zes werelden. Toch begint het bij één blad: Camellia sinensis. Het verschil zit niet in “wat” je plukt, maar in wat er daarna met het blad gebeurt: hoe lang het mag verwelken, of het wordt verhit, gekneusd, geoxideerd, geroosterd of juist gerijpt.
Dat maakt dit onderwerp zo mooi: als je de logica van productie begrijpt, proef je sneller waarom een Sencha strak en groen kan zijn, waarom oolong tussen bloemig en geroosterd kan zweven, en waarom pu-erh tijd als ingrediënt heeft.
Eerst even scherp: thee versus tisane
In dit artikel gaat het om “echte” thee van Camellia sinensis (met o.a. witte, groene en zwarte thee). Kruideninfusies (tisanes) komen van andere planten: bloemen, bladeren, zaden of wortels. Wil je dat verschil helder krijgen? Lees dan Tisane of thee?.
De grote knop waar alles aan draait: oxidatie
Oxidatie is het “bruin worden” van theeblad (vergelijk het met een doorgesneden appel). Het gebeurt wanneer cellen beschadigen (rollen, kneuzen) en het blad zuurstof krijgt. Meer oxidatie geeft vaak meer diepte, donkerdere tonen en minder “groen”. Minder oxidatie houdt het frisser, lichter en scherper omlijnd. Pu-erh hoort in een andere categorie: daar speelt fermentatie (microbieel rijpen) een hoofdrol.