De 7 plantdelen in onze botanische keuken
In onze botanische keuken (kennisbank) sorteren we elk ingrediënt op het deel van de plant dat je daadwerkelijk gebruikt. Dat is geen botanisch detail, maar een praktisch kompas: verschillende plantdelen geven hun smaak, geur en structuur op een ander tempo af. Blad geeft snel, bloem is vluchtig, wortel vraagt tijd, zaad houdt aroma vast. Door zo te kijken, wordt blenden overzichtelijker en zetten rustiger.
Waarom we op plantdeel filteren
Wie alles onder “kruidenthee” schaart, loopt sneller vast: een bloem die te lang trekt, een wortel die te weinig tijd krijgt, of een schil die overheerst. Door te filteren op plantdeel zie je in één oogopslag wat snel afgeeft, wat steviger is, en wat je met aandacht moet doseren.
Bladeren & zachte kruiden
Bladeren zijn het werkende oppervlak van de plant: dun, poreus en rijk aan vluchtige stoffen. Ze geven snel smaak af en vormen vaak de basis van een blend.
- Rol in blend: dragend en verbindend.
- Zetgedrag: snel extracterend; te heet maakt ze stroef.
Voorbeelden: Brandnetelblad, Citroenmelisse, Berkenblad, Framboosblad, Pepermunt.
Bloemen & bloesems
Bloemen zijn bedoeld om te verleiden: geur, kleur en nuance. Dat maakt ze verfijnd, maar ook kwetsbaar — hun aroma verdampt snel.
- Rol in blend: top-notes en elegantie.
- Zetgedrag: afdekken is essentieel; liever iets korter dan te lang.
Voorbeelden: Kamille, Lindebloesem, Vlierbloesem, Lavendel, Rozenblaadjes.
Grassen & stengels
Grassen en stengels vormen het dragende raamwerk van een plant. Ze bevatten minder bladgroen, maar juist veel vezel en structuur. Dat maakt ze helder van smaak en stabiel tijdens het zetten.
- Rol in blend: lift en frisheid zonder scherpte.
- Zetgedrag: kan goed tegen heet water en langere infusie.
Voorbeeld: Citroengras — botanisch gezien een gras, culinair gebruikt om zijn frisse, citrusschone profiel dat structuur geeft zonder te domineren.
Schillen & schors
Schil beschermt de vrucht; schors beschermt de boom. Beide zijn rijk aan etherische oliën en daardoor intens.
- Rol in blend: sprankeling of warmte — met mate.
- Zetgedrag: heet water, maar niet agressief.
Voorbeelden: Sinaasappelschil, Citroenschillen, Kaneel.
Vruchten & vruchtdelen
Vruchten dragen zaden en bevatten zuren en suikers. Ze geven kleur, ronding en een toegankelijk karakter.
- Rol in blend: body en balans.
- Zetgedrag: heeft tijd nodig om te wellen.
Voorbeelden: Appelstukjes, Blauwe bosbessen, Rozenbottel, Hibiscus.
Wortels & rizoomen
Wortels groeien naar beneden; rizoomen zijn verdikte ondergrondse stengels (zoals gember). Ze slaan energie op en geven langzaam af.
- Rol in blend: diepte en draagkracht.
- Zetgedrag: vraagt tijd of een korte decoctie.
Voorbeelden: Gember, Kurkuma, Cichoreiwortel, Zoethout, Valeriaanwortel.
Zaden & peulen
Zaden zijn compacte energiedragers, vaak rijk aan oliën. Peulen zijn hun beschermende hulzen.
- Rol in blend: kruidig accent en spanning.
- Zetgedrag: warmte en tijd; licht kneuzen helpt.
Voorbeelden: Anijszaad, Venkelzaad, Korianderzaad, Kardemom peulen.